Fijn stof
Het is van belang om de fijn stofuitstoot van veehouderijen te beperken om gezondheidseffecten te voorkomen en de luchtkwaliteit te behouden. De fijn stof-impact van je bedrijf wordt beoordeeld bij je vergunningsaanvraag. Op basis van de PM10 en PM2,5-waarden van je dieren.
Er zijn voor pluimvee geen specifieke fijn stofreducerende technieken. Er zijn echter wel een aantal ammoniakemissiereducerende maatregelen die ook een fijn stofreducerend effect hebben:
Leghennen
Bij de opfokpoeljen van leghennen biedt de P-2.1 Volièreopfokhuisvesting met min. 50% rooster met daaronder een mestband. een reductie van 23% PM10 en 12% PM2.5.
Bij de legkippen uit de niet-kooisystemen zijn er een aantal maatregelen die 23% reductie van PM10 met zich meebrengen:
- P-4.3 Volièrehuisvesting met min. 50% rooster met daaronder een mestband
- P-4.4 Volièrehuisvesting met min. 30-35% rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³/d/u beluchting
- P-4.5 Volièrehuisvesting met min. 45-55% rooster met daaronder een mestband met min. 0,2 m³/d/u beluchting
- P-4.6 Volièrehuisvesting met min. 55-60% rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³/d/u beluchting
Vleeskuikens
Bij de vleeskuikens zijn er verschillende maatregelen die fijn stofreductie tot gevolg hebben. Onderstaand worden de mogelijkheden weergegeven:
- P-6.4: warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag: Reductie PM10 met 17%
- P-6.10: Warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag en een minimaal geïnstalleerd ventilatiedebiet van 0,7 m³ per dierplaats per uur: Reductie PM10 met 17%
- P-6.6: uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal i.c.m. P-6.1, P-6.2, P-6.3, P-6.4 en P-6.5: Reductie PM10 met 9% en PM5 met 6%
- P-6.7: uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal i.c.m. P-6.1, P-6.2, P-6.3, P-6.4 en P-6.5: Reductie PM10 met 22% en PM5 met 19%
Maatregelen
Opfok Legkippen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | Kooi of batterij | 0,045 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| grondhuisvesting | 0,17 | 0,18 | 0,03 | 0,0016 | ||
| Opfokpoeljen van legkippen kooi- of batterijsystemen | ||||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
| Opfokpoeljen van legkippen – niet-kooisystemen | ||||||
| P-2.1 | volièreopfokhuisvesting, minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,05 | 0,18 | 0,023 | 0,0014 | |
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
Legkippen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | kooi-of batterij | 0,1 | 0,35 of 0,69c | 0,005 | 0,0002 | |
| grondhuisvesting | 0,315 | 0,34 | 0,084 | 0,0039 | ||
| Legkippen kooi- of batterijsystemen | ||||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
| Legkippen – Niet-kooisystemen | ||||||
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,09 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,107 | ||||
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,092 | ||||
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,105 | ||||
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,025 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,042 | ||||
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,027 | ||||
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,04 | ||||
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,055 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,072 | ||||
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,057 | ||||
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,07 | ||||
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,037 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,054 | ||||
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,039 | ||||
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,052 | ||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
* Bij mestopslag onder de batterij is de geuremissiefactor 0,69 ouE/dier/s
Slachtkuikenouderdieren
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 0,58 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | ||
| P-5.1 | groepskooi voorzien van mestband en gerforceerde mestdroging | 0,08 | 0,93 | 0,008 | 0,0003 | |
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Slachtkuikens
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 0,08 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | ||
| P-6.4 | warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | 0,021 | 0,59 | 0,019 | 0,0016 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.1 | 0,04 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.2 | 0,033 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.3 | 0,031 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.4 | 0,04 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.5 | 0,018 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.1 | 0,038 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.2 | 0,033 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.3 | 0,03 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.4 | 0,038 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.5 | 0,015 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.9 | Warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag en een minimaal geïnstalleerd ventilatiedebiet van 0,7 m³ per dierplaats per uur | 0,021 | 0,59 | 0,019 | 0,0016 | |
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Opfok slachtkuikenouderdieren
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 0,25 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | ||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Kalkoenen
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; tot 6 weken | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,15 | 0,29 | 0,023 | 0,011 | |
| Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; van 6 tot 30 weken | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,47 | 1,55 | 0,163 | 0,0764 | |
| Ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,59 | 1,55 | 0,207 | 0,0971 | |
| Vleeskalkoenen * | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,68 | 1,55 | 0,086 | 0,0401 | |
* Het aantal dierplaatsen dient te worden vastgesteld door het aantal dieren in de 10e week na opzetten te tellen.
Struisvogels
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| struisvogelouderdieren | |||||
| overige huisvestingssystemen | 2,5 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
| opfokstruisvogels (tot 4 maanden) | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,3 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
| vleesstruisvogels (4 tot 12 maanden) | |||||
| overige huisvestingssystemen | 1,8 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
Eenden
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (OUE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| Ouderdieren van vleeseenden tot 24 maanden | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,32 | 0,49 | 0,182 | 0,0086 | |
| Vleeseenden | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,21 | 0,49 | 0,084 | 0,0039 | |
| buiten mesten (per afgeleverde eend) | 0,019 | 0,49 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
Parelhoenders
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (OUE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| Parelhoenders voor vleesproductie * | |||||
| 0,08 | 0,33 | 0,031 | 0,0023 | ||
* Bij deze diercategorie kunnen dezelfde huisvestingssystemen en de bijbehorende ammoniakemissiefactoren worden toegepast als die welke zijn opgenomen bij de diercategorie vleeskuikens (E 5).