Wat betekent het stikstofdecreet concreet voor jou als vleesveehouder.

Een korte schets van de huidige situatie voor jouw sector in het kader van het stikstofdecreet.

Tussentijdse reductiemaatregel

Vleesveebedrijven moeten voldoen aan een tussentijdse reductiedoelstelling die van toepassing is op 1 januari 2026 en gemeld werd tegen 31 maart 2026. De bedrijven moesten door deze doelstelling de emissie met minimaal 5% reduceren t.o.v. de vergunde toestand. Hierbij konden ook eerde gerealiseerde inspanningen in rekening worden gebracht. Bij akte van de melding zijn de bedrijven vergund tot 31 december 2030.

Vergunning voor onbepaalde duur

Om een vergunning voor onbepaalde duur te verkrijgen zijn er een aantal potentiële scenario’s. In scenario 1 bedraagt de impactscore minder dan 0,025%. In dat geval kan een vergunning worden aangevraagd zonder passende beoordeling.

In scenario 2, wanneer de impactscore groter is dan 0,025% en kleiner dan 50% is er een passende beoordeling nodig. De passende beoordeling zal gunstig zijn wanneer:

    • Het gaat om een tijdelijke vergunning tot uiterlijk 2030 OF
    • Wanneer er voldaan wordt aan de PAS-referentie 2030 en er geen sprake is van depositiestijging t.o.v. de huidige vergunde toestand OF
    • Wanneer de gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend niet wordt gehypothekeerd.

In elke situatie dient wel voldaan te zijn aan de tussentijdse reductiedoelstelling van 5%. 

PAS referentie 2030

De berekening van de PAS-referentie 2030 vereist eerst het vastleggen van de referentiesituatie. Voor veehouderijen die geen gebruik kunnen maken van een afwijkende PAS-berekening (CAPAS) is dit de gemiddelde veebezetting van het productiejaar 2021 op basis van de mestbankaangifte vermenigvuldigd met de overeenkomstige emissiefactor. 

Vervolgens wordt de reductiedoelstelling van de deelsector toegepast op referentiesituatie. Voor vleesveebedrijven bedraagt deze doelstelling 0% zodat er dus bovenop de tussentijdse doelstelling geen bijkomende inspanning moet worden geleverd door deze sector. 

In bepaalde gevallen is de gemiddelde veebezetting in het productiejaar 2021 niet representatief voor de bedrijfsvoering. In dergelijke situaties kan worden nagegaan of een aanvraag voor een afwijkende berekeningsmethode van de referentiesituatie 2021 mogelijk is = (CAPAS).

Voorbeeld:

Of:

Referentiesituatie: 100*4,1*(1+0) + 70*4,4*(1+0) + 70*5,3*(1+0)

PAS-Referentie 2030 = 410*(1-0,0) + 308*(1-0,0) + 371*(1-0,0)

= 410 + 308 + 371

= 1089 kg NH3

Er kan een afwijkende berekening gevraagd worden als: 

  • Er sinds 2017 investeringen zijn gedaan in dierplaatsen incl. overnames;
  • Bedrijven voor het eerst vergund sinds 1 januari 2022;
  • Of in geval van een overmachtssituatie die een impact had op de veebezetting in 2021

Afhankelijk van de aangevoerde motivering kan de afwijkende berekeningsmethode gebaseerd zijn op een ander productiejaar of op de huidig vergunde situatie. Daarbij moet steeds worden aangetoond dat de afwijking ten opzichte van de referentiesituatie 2021 minimaal 7% bedraagt.

Waar vind je meer info?

Wat kan jij doen als vleesveehouder?

Bekijk welke emissiereducerende maatregelen erkend zijn voor jouw sector.

Scroll naar boven