Wetgeving

De Vlaamse stikstofwetgeving bepaalt hoe vergunningen worden beoordeeld voor activiteiten die stikstof uitstoten en een impact kunnen hebben op beschermde natuur. Voor de landbouwsector betekent dit dat zowel bestaande als nieuwe activiteiten moeten worden getoetst aan het Stikstofdecreet en de bijhorende uitvoeringsregels.

De regelgeving is technisch en evolueert voortdurend. Bovendien verschillen de beoordelingsregels naargelang de aard van het project, de vergunde situatie en de ligging van het bedrijf. Op deze website vindt u een overzicht van de belangrijkste principes van de stikstofwetgeving en de toepassing ervan voor de verschillende veehouderijsectoren.

Wat betekent het stikstofdecreet voor mij?

Het stikstofdecreet heeft verregaande gevolgen voor de Vlaamse veehouderij. Selecteer jouw sector en ontdek wat het concreet voor jou betekent.

Het stikstofdecreet per sector

Elke sector staat voor eigen uitdagingen. Selecteer jouw sector en ontdek wat de regelgeving concreet voor jouw bedrijf betekent.

Stikstof en Natura 2000

De Vlaamse stikstofaanpak heeft als doel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen de Europese Natura 2000-gebieden terug te dringen. Een te hoge stikstofdepositie kan leiden tot een achteruitgang van waardevolle natuur, waardoor Vlaanderen verplicht is passende maatregelen te nemen.

Bij vergunningsaanvragen wordt daarom nagegaan of een project een bijkomende impact kan hebben op deze beschermde natuurgebieden (zie impactscore). De beoordeling gebeurt aan de hand van vastgelegde beoordelingskaders, impactberekeningen en – afhankelijk van de situatie – een passende beoordeling.

Vergunningen van bepaalde en onbepaalde duur

Het Stikstofdecreet maakt onderscheid tussen vergunningen van bepaalde en onbepaalde duur. Ook het type vergunningsaanvraag is van belang: een nieuwe inrichting, een wijziging van een bestaande inrichting of een hernieuwing van een vergunning worden niet altijd volgens hetzelfde beoordelingskader behandeld.

Afhankelijk van de aard van het project en de berekende impact op Natura 2000-gebieden gelden verschillende beoordelingsregels en voorwaarden. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met de actuele vergunde situatie, de referentiesituatie en de berekende stikstofimpact.

Impactscore

De impactscore van een landbouwbedrijf is de procentuele bijdrage van alle bronnen van stikstofemissies (dieren, stookinstallaties, mestopslag,…) aan de kritische depositiewaarden van speciale beschermingszones (SBZ). De impactscore van een bedrijf wordt getoetst aan de drempelwaarde 0.025%. Indien de impactscore van het project ≤ 0,025% bedraagt, is de opmaak van een passende beoordeling, voor wat betreft de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H, niet vereist.

Indien de impactscore de drempelwaarde overschrijdt moet een passende beoordeling voor stikstof opgemaakt worden. Dit betreft onder andere voldoen aan de PAS-referentie 2030 en geen depositiestijging ten opzichte van de huidige vergunde situatie.

De referentiesituatie

Een belangrijk begrip binnen het Stikstofdecreet is de referentiesituatie. Deze vormt het uitgangspunt voor de beoordeling van een vergunningsaanvraag en bepaalt welke ammoniakemissie als bestaande situatie wordt beschouwd.

Voor veehouderijen wordt hiervoor in de meeste gevallen uitgegaan van de referentiesituatie 2021, gebaseerd op de Mestbankaangifte van dat productiejaar, aangevuld met de bepalingen uit het Stikstofdecreet, zoals de emissiefactor en een eventueel vastgelegd leegstandspercentage. In specifieke omstandigheden kan een afwijkende berekeningsmethode worden toegepast wanneer de standaardreferentie geen correcte weergave vormt van de werkelijke bedrijfsvoering.

De referentiesituatie wordt berekend door de gemiddelde veebezetting in 2021 (gegevens mestbankaangifte 2021) – te verhogen met de leegstandspercentages en vervolgens te vermenigvuldigen met de ammoniakemissiefactoren. De emissies per stal binnen eenzelfde bedrijf worden samengeteld. 

Indien nodig wordt de ammoniakemissie in de referentiesituatie 2021 begrensd tot de vergunde ammoniakemissie in 2021 (zie onderaan). De vergunde emissies worden bepaald door de vergunde dieraantallen te vermenigvuldigen met de emissiefactoren.
Begrenzingsregels worden beschreven op de website Stikstof in Vlaanderen en in het ministerieel besluit over de aanpassing begrenzing.

De referentiesituatie speelt een cruciale rol bij de beoordeling van uitbreidingen, wijzigingen en hernieuwingen van vergunningen.

Voorbeeld:

Voor een gemengde veehouderij (melkvee en vleesvarkens) met 100 melkkoeien, 30 vervangingsvee <1j, 30 x vervangingsvee 1-2j en 600 vleesvarkens wordt de referentiesituatie als volgt berekend.

Diercategorie (MBA) 

Diercategorie (stikstofdecreet) 

Aantallen (MBA 2021) 

EF (kg NH3) 

Leegstandspercentage 

Emissies (NH3) 

Melkkoeien 

Melk- en kalfkoeien ouder dan 2j.  

100 

13 

0% 

1300 

Vervangingsvee <1j 

Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar 

30 

4.4 

0% 

132 

 

Vervangingsvee 1-2j. 

Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar 

30 

4.4 

0% 

132 

Vleesvarkens tot 110 kg 

Vleesvarkens  

600 

2.5 

10% 

1650 

Of: 100*13*(1+0) + 30*4.4*(1+0) + 30*4.4*(1+0)+600*2.5+(1+0.1)

= 1300 + 132 + 132 + 1650

= 3214 kg NH3

PAS-referentie 2030

De PAS-referentie 2030 is de maximale ammoniakemissie, uitgedrukt in kg NH3/jaar, die volgens de passende beoordeling na 31 december 2030 mag plaatsvinden op het bedrijf in kwestie. De PAS-referentie is het maximale emissieplafond.

Om de PAS-referentie te bereken wordt gestart met de referentiesituatie 2021 (knop naar hierboven) waarop de reductiepercentages per diercategorie uit het Stikstofdecreet worden toegepast.

  • 60% op de ammoniakemissie van varkens en pluimvee in niet-AEA-stallen
  • 0% op de ammoniakemissie van vleesvee
  • 25% op de ammoniakemissie van melkvee
  • 28% op de ammoniakemissie van mestkalveren (vleeskalverbeslag)

Voor het voorbeeldbedrijf wordt de PAS-referentie als volgt berekend:

Diercategorie (MBA) 

Aantallen (MBA 2021) 

EF (kg NH3) 

Leegstandspercentage 

Emissies (NH3) 

Reductie stikstofdecreet 

PAS-referentie 2030 

Melkkoeien 

100 

13 

0% 

1300 

25% 

975 

 

Vervangingsvee <1j 

30 

4.4 

0% 

132 

 

25% 

99 

Vervangingsvee 1-2j. 

30 

4.4 

0% 

132 

25% 

99 

Vleesvarkens tot 110 kg 

600 

2.5 

10% 

1650 

60% 

660 

Of: 100*13*(1+0) + 30*4.4*(1+0) + 30*4.4*(1+0)+600*2.5+(1+0.1)

= 1300*(1-0.25) + 132*(1-0.75) + 132*(1-0.75) + 1650*(1-0.6)

= 975 + 99+ 99 + 660

= 1833 kg NH3

Deze PAS-referentie dient gerealiseerd te worden met het oog op een vergunning van onbepaalde duur. Om te voldoen aan deze PAS-referentie kan ingezet worden op ammoniak emissiereducerende technieken of maatregelen, reductie in dieraantallen of combinatie van beide.

CAPAS

In bepaalde situaties kan een exploitant een aanvraag indienen bij de Commissie Afwijkende PAS-referentiesituatie (CAPAS). Deze commissie beoordeelt of een afwijkende berekeningsmethode van de referentiesituatie 2021 kan worden toegepast.

Dit kan bijvoorbeeld relevant zijn wanneer uitzonderlijke omstandigheden ertoe hebben geleid dat de Mestbankaangifte van 2021 geen representatief beeld geeft van de normale bedrijfsvoering. Bij een gunstige beslissing kan deze afwijkende referentiesituatie worden gebruikt bij de verdere beoordeling van de vergunningsaanvraag.

Er kan een afwijkende berekening gevraagd worden als:

  • Er sinds 2017 investeringen zijn gedaan in dierplaatsen incl. overnames;
  • Bedrijven voor het eerst vergund sinds 1 januari 2022;
  • Of in geval van een overmachtssituatie die een impact had op de veebezetting in 2021

Afhankelijk van de aangevoerde motivering kan de afwijkende berekeningsmethode gebaseerd zijn op een ander productiejaar of op de huidig vergunde situatie. Daarbij moet steeds worden aangetoond dat de afwijking ten opzichte van de referentiesituatie 2021 minimaal 7% bedraagt.

Meer info over afwijkende PAS-referentiesituatie: Commissie afwijkende PAS-referentiesituatie

Wat betekent dit voor uw bedrijf?

De toepassing van de stikstofwetgeving verschilt naargelang de bedrijfsvoering, de diersoort, de locatie van het bedrijf en het type vergunningsaanvraag. Daarom worden op deze website de regels verder toegelicht per deelsector, met aandacht voor de specifieke aandachtspunten voor onder meer rundvee-, varkens-, pluimvee- en andere veehouderijen.

Zo krijgt u een praktisch overzicht van de regelgeving en de gevolgen ervan voor uw concrete situatie.

Andere relevante regelgeving

Naast stikstof spelen ook geur, fijnstof, dierenwelzijn, water en energie een rol. We zetten de belangrijkste raakvlakken tussen de verschillende regelgevingen op een rij.

Scroll naar boven