Welke ondersteuningsmogelijkheden zijn er?
VLIF
VLIF-steun voor ammoniakemissiereducerende investeringen
De maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan het stikstofdecreet vragen een aanzienlijke investering. Daarom voorziet de Vlaamse overheid via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) financiële steun voor landbouwers die investeren in ammoniakemissiereducerende (AER-)maatregelen en -technieken. Deze steun maakt deel uit van het flankerend beleid bij het stikstofdecreet en moet bedrijven helpen om hun PAS-referentie 2030 te realiseren.
Welke investeringen komen in aanmerking?
VLIF ondersteunt onder meer investeringen in erkende ammoniakemissiereducerende staltechnieken, luchtwassers, mestrobots en andere AER-maatregelen die opgenomen zijn in de wettelijke AERM-lijst. Ook innovatieve technieken die nog niet standaard op de investeringslijst staan, kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen via de VLIF-innovatiesteun.
Hoeveel steun kan worden verkregen?
Het steunpercentage hangt af van het type investering:
- 40% steun voor nieuwe rundvee-, varkens- en pluimveestallen waarin erkende ammoniakreducerende technieken worden toegepast;
- 65% steun voor diezelfde investeringen wanneer minstens één bedrijfsleider een jonge landbouwer is;
- 80% steun voor de ammoniakemissiereducerende technieken zelf bij investeringen in bestaande stallen (niet-nieuwbouwinvesteringen).
Voorwaarden
VLIF-steun is bedoeld voor actieve landbouwers die aan de voorwaarden van het fonds voldoen. Voor investeringen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, moet die vergunning beschikbaar zijn op het moment van de steunaanvraag. De steun wordt aangevraagd via het e-loket van Landbouw en Zeevisserij en wordt uitbetaald nadat de investering is uitgevoerd en gecontroleerd.
Een belangrijke hefboom richting 2030
Voor veel veehouders vormt VLIF-steun een belangrijke financiële ondersteuning om de investeringen uit het stikstofdecreet haalbaar te maken. Door gebruik te maken van de beschikbare subsidies kunnen bedrijven sneller investeren in emissiereducerende technieken en zo voldoen aan de reductiedoelstellingen en hun PAS-referentie 2030.
Waar vind je meer info?
- Stikstofdecreet en ondersteuning via het Vlaams Landbouwinvesterings-fonds (VLIF) voor ammoniakemissie-reducerende (AER) maatregelen of innovatieve investeringen
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij) - VLIF-steun voor de land- en tuinbouw
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Kennisportefeuille
Welke investeringen komen in aanmerking?
De Kennisportefeuille landbouw is een subsidiemaatregel van de Vlaamse overheid. Als actieve landbouwer kan je via het e-loket subsidies aanvragen voor bedrijfsspecifieke adviezen of gespecialiseerde vormingen.
Voor vormingen is de doelgroep uitgebreider en kan je als actieve landbouwer subsidie krijgen wanneer de vorming gevolgd wordt door:
- een actieve landbouwer die een natuurlijke persoon is;
- de bestuurders van de actieve landbouwer, als die een rechtspersoon is;
- de personen die ingeschreven zijn op hetzelfde adres als de actieve landbouwer of op het adres van de exploitatiezetel van het landbouwbedrijf;
- de personen die een basisopleiding met betrekking tot landbouw of tuinbouw gericht op het uitvoeren van een landbouwactiviteit volgen of gevolgd hebben of die een starterscursus vermeld in artikel 35, 1°, volgen of gevolgd hebben;
- de werknemers van de actieve landbouwer of zelfstandige helpers.
Per periode van twee jaar krijg je als actieve landbouwer een bepaald bedrag dat je kan besteden. Hiermee kan je tot maximaal 70% van de kost van het advies of de vorming (excl. btw) terugbetaald krijgen. De overige 30% betaal je zelf. Het bedrag kan gebruikt worden in meerdere kleine schijven, voor meerdere adviezen of vormingen tot een totaal van maximaal 2500 euro (in de periode 2026-2027).
Daarnaast wordt voor actieve
landbouwers met een actief veebeslag een bijkomend budget van maximaal 2.500
euro voorzien. Dit bijkomende budget kan uitsluitend gebruikt worden voor
adviezen en vormingen met een PAS-label. Het basisbudget van 2.500 euro kan
daarentegen zowel voor dossiers met als zonder PAS-label worden ingezet.
De vormingen en adviezen in de kennisportefeuille kunnen je helpen om je bedrijfsvoering te optimaliseren of je sterker en weerbaarder te maken richting de toekomst. Het emissieadvies en heroriënteringsadvies vanuit VeeKompas is volledig gratis voor een actieve veehouder, hiervoor moet geen aanvraag in de kennisportefeuille worden gedaan.
Hoe vraag je de subsidie aan?
-
- Meld je aan op het e-loket
- Onder de tegel ‘Kennisportefeuille’ > gebruik kennisportefeuille > adviezen en vormingen vind je een overzicht van alle adviezen en vormingen die in aanmerking komen
- Maak je keuze en dien een subsidieaanvraag in. Dit doe je vóór je aan de vorming deelneemt of vóór je het advies ontvangt.
- Neem deel aan een vorming of maak een afspraak voor advies. Je betaalt eerst zelf het volledige bedrag.
- Na afloop dien je via het e-loket in je kennisportefeuille een betalingsaanvraag in. Na controle krijg je het subsidiabele deel van de kostprijs terugbetaald.
- Meld je aan op het e-loket
Waar vind je meer info?
- Handleiding kennisportefeuille
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij) - Instructiefilmpje: subsidieaanvraag indienen
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij) - Instructiefilmpje: betalingsaanvraag indienen
(Agentschap Landbouw en Zeeviserij) - Werking kennisportefeuille voor de landbouwer
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Ondersteuning maatregelen ter reductie van broeikasgasemissies via ecoregelingen
Om de methaanuitstoot afkomstig van de verteringsprocessen van runderen te verlagen, wordt o.a. ingezet op voedermanagement. Door het toevoegen van additieven of voedermiddelen (3-NOP, nitraat, geëxpandeerd/geëxtrudeerd lijnzaad of koolzaadvet) aan het voer voor melk- en/of vleesvee kunnen de enterische broeikasgasemissies tot zelfs 26% gereduceerd worden.
Volgende maatregelen in de vorm van toevoeging aan het verstrekte rantsoen, komen in aanmerking voor een subsidieaanvraag ‘Ecoregelingen’ :
- Rundvee (melk- en vleesvee) :
- Toevoeging van nitraat
- Melkvee :
- Geëxtrudeerd of geëxpandeerd lijnzaad
- Voederadditief 3-NOP
- Combinatie van maatregelen :
- Nitraat met koolzaadvet
- Nitraat met geëxtrudeerd / geëxpandeerd lijnzaad
- Rundvee (melk- en vleesvee) :
Waar vind je meer info?
- Ecoregelingen – voedermanagement bij rundvee 2026
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Flankerend beleid
Het flankerend beleid trad in werking op 20 september 2024 en ondersteunt landbouwbedrijven die een belangrijke stikstofimpact hebben op nabijgelegen Europees beschermde natuurgebieden.
De regeling geldt voor:
- Oranje bedrijven (impactscore van minstens 5% voor vermesting); en
- Bedrijven in de maatwerkgebieden (Turnhouts Vennengebied, Kalmthoutse Heide, Mechelse Heide, De Maten en de Voerstreek) of binnen een straal van 2 km ervan.
Voor oranje bedrijven kon een aanvraag voor vrijwillige stopzetting of reconversie worden ingediend tot 1 september 2025. Voor bedrijven in de maatwerkgebieden blijft de regeling beschikbaar.
Flankerende maatregelen
Het stikstofdecreet voorziet vier steunmaatregelen:
- Stopzettingsvergoeding (inclusief sloopvergoeding);
- Investeringssteun voor reconversie;
- Vergoeding voor bedrijfsadvies;
- Vergoeding voor nulbemestingspercelen.
Belangrijkste voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor een stopzettings- of reconversievergoeding moet onder meer aan volgende voorwaarden worden voldaan:
- Het bedrijf is gevestigd in het Vlaamse Gewest;
- Het bedrijf is geen onderneming in moeilijkheden of grote onderneming;
- De landbouwer geniet nog geen rustpensioen;
- De reconversie is nog niet gestart bij de aanvraag;
- Na stopzetting worden de nutriëntenemissierechten (NER) van de exploitatie geannuleerd.
Gevolgen van stopzetting of reconversie
Na de stopzetting of reconversie:
- Mag geen nieuwe veeteeltactiviteit worden opgestart;
- Kan geen vergunning meer worden verkregen die ammoniakemissies uit stallen veroorzaakt;
- Worden de betrokken NER definitief geannuleerd;
- Moeten de nieuwe activiteiten na reconversie minstens vijf jaar worden voortgezet.
Aanvraagprocedure
De aanvraag verloopt via het Loket Landinrichting van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM).
De aanvraag moet worden ondertekend door alle betrokken partijen en aangevuld worden met de vereiste bewijsstukken, zoals vergunningen, de impactscore en – afhankelijk van de maatregel – een sloopplanning of een reconversieplan.
Na uitvoering van de stopzetting, reconversie of sloop moet binnen één jaar een aanvraag tot uitbetaling worden ingediend, samen met de nodige bewijsstukken (zoals aangepaste vergunningen, foto’s, facturen en attesten). De overheid kan hierbij terreincontroles uitvoeren.
Vergoedingen
Een stopzettingsvergoeding kan betrekking hebben op onder meer:
- Verlies van gebruik;
- Sloopkosten;
- Stopzetting van landbouwgronden;
- Verkoop van onroerende goederen;
- Ontslag van personeel.
Bij reconversie kunnen daarnaast ook investeringen en de aankoop van onroerende goederen worden vergoed.
Nulbemesting
Vanaf 2028 geldt een algemene nulbemesting in groene bestemmingen binnen de speciale beschermingszones (SBZ-H). Er mogen dan maximaal twee grootvee-eenheden per hectare grazen. Betrokken landbouwers worden op de hoogte gesteld via het mestbankloket of hun percelen binnen de SBZ-H-gebieden vallen.
Het flankerend beleid voorziet:
- Een vergoeding voor getroffen landbouwers, echter is er een verschil in de vergoeding afhankelijk van het jaar waarin er toegetreden wordt voor de maatregel;
- Bijkomende ondersteuning voor bedrijven waarvan meer dan 20% van het areaal onder nulbemesting valt;
- Vergoedingen voor terreininvesteringen.
De huiskavel is vrijgesteld van de nulbemestingsnorm.
Rol van de landcommissies
De landcommissies bepalen de vergoedingen voor de stopzettings- en reconversieregelingen en voor terreininvesteringen in het kader van de nulbemesting. Zij worden hierbij ondersteund door een secretariaat van schatters.
Waar vind je meer info?
- Flankerend beleid
(Vlaamse LandMaatschappij) - Bijkomende vragen? Mail naar flankerendbeleidPAS@vlm.be