Broeikasgassen
De maatregelen voor de rundveesector op vlak van broeikasgassen zijn vooral uitgewerkt rond methaan en dit in het convenant enterische emissies rundvee (CEER). Deze maatregelen hebben betrekking op
- Voeder en voederadditieven
- Veestapelmanagement
- Genetica en selectie
In het rantsoen kunnen bepaalde producten of additieven met emissiereducerende werking worden toegevoegd alsook een combinatie van verschillende producten of additieven. Voor een aantal maatregelen is er ondersteuning vanuit de ecoregelingen.
Naast voedermaatregelen kunnen er op sectorniveau heel wat bijkomende maatregelen worden genomen om de klimaatimpact te reduceren.
Zo kan er in eerste instantie gewerkt worden aan langleefbaarheid en vervangingspercentage, optimale jongvee-opfok, dubbeldoelrunderen en doordachte gebruikskruisingen.
Een positieve evolutie op vlak van langleefbaarheid kan worden bereikt door inspanningen op vlak van gezondheid en bijgevolg een lagere afvoer van de melkkoeien. Ook een goede jongveeopfok speelt daarin haar rol. Door een lagere maar verantwoorde afkalfleeftijd te realiseren daalt het aandeel jongvee. De reductie in methaanemissies wordt indirect bekomen door het effect op het aantal aanwezige dieren.
Door het gebruik van gesekst sperma verlaagt het aandeel van de veestapel dat noodzakelijk is voor het op peil houden van de veestapel. Hierdoor versnelt de genetische vooruitgang en kunnen de dieren met een minder toekomstgericht profiel worden gekruist met vleesstieren om kruisingskalveren voor vleesproductie te bekomen. Zo daalt ook het aantal stuks vervangingsvee op het bedrijf. Onrechtstreeks draagt dit verder bij aan het verlagen van het vervangingspercentage.
Waar vind je meer info?
Maatregelen
Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
| Omschrijving techniek | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| grupstal met drijfmest, emitterend oppervlak van grup en kelder max. 1,2 m² per koe | 5,7 | niet vastgesteld | 0,081 | 0,0224 | 126,88 | |
| overige huisvestingssystemen permanent opstallen | 13 | niet vastgesteld | 0,148 | 0,0406 | 126,88 | |
| 3-NOP | – 26% | |||||
| Nitraat – Geëxtrudeerd lijnzaad | – 10 tot – 18,1% | |||||
| Nitraat – Koolzaadvet | – 16,6% | |||||
| Nitraat | – 16,6% | |||||
| Geëxtrudeerd/geëxpandeerd lijnzaad | – 9% | |||||
| Geëxtrudeerd lijnzaad – 150 dagen | – 9% | |||||
| Geëxtrudeerd lijnzaad en 3 NOP | – 9 tot – 26% | |||||
| Geëxtrudeerd lijnzaad – Voorjaarsbeweiding | – 9% | |||||
| Bierdraf – Koolzaadschroot | – 8% | |||||
| Koolzaadvet | – 5% |
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| overige huisvestingssystemen | 4,4 | niet vastgesteld | 0,038 | 0,0104 | 34,82-52,21 |