Geur
Bij de aanvraag van een nieuwe omgevingsvergunning wordt ook de geurimpact beoordeeld. De mogelijke geurhinder van een veehouderijbedrijf moet worden bepaald aan de hand van een geurstudie. In het geurkader wordt de methodiek voor geurbeoordeling beschreven – dit is conform de methodologie van het richtlijnenhandboek landbouwdieren, evenals de grens- en richtwaarden die gerespecteerd moeten worden.
In tegenstelling tot andere diercategorieën is de geuremissiefactor van melkvee niet vastgesteld. De opmaak van een geurstudie is dan niet vereist.
Maatregelen
Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
| Systeem | Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| grupstal met drijfmest, emitterend oppervlak van grup en kelder max. 1,2 m² per koe | 5,7 | niet vastgesteld | 0,081 | 0,0224 | 126,88 | ||
| overige huisvestingssystemen permanent opstallen | 13 | niet vastgesteld | 0,148 | 0,0406 | 126,88 |
vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
| Systeem | Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| overige huisvestingssystemen | 4,4 | niet vastgesteld | 0,038 | 0,0104 | 34,82-52,21 |