Stikstof
Het behalen van de emissiereductiedoelstellingen is steeds mogelijk door de veestapel te verkleinen. Indien dat niet wenselijk is of wanneer de veestapel wordt uitgebreid, zullen emissiereducerende maatregelen moeten worden genomen. In Vlaanderen maken emissiereducerende maatregelen voor ammoniak deel uit van de vergunningsvoorwaarden van een pluimveebedrijf. Het volstaat daarom niet om enkel een bepaalde emissiereducerende systematiek aan te vragen. De maatregelen moeten ook technisch en praktisch correct worden uitgevoerd voor de volledige duur van de vergunning en ze dienen toegepast te worden volgens alle voorwaarden die aan de maatregel zijn gekoppeld.
Deze voorwaarden zijn essentieel omdat ze mee bepalen of de voorziene emissiereductie effectief wordt gerealiseerd. Bij controles wordt nagegaan of een aangevraagde systematiek goed wordt toegepast. Deze modaliteiten staan omschreven in de maatregelbeschrijving. Naast de uitvoering wordt ook de controle van de maatregel hierin toegelicht zoals de documenten die nodig zijn om een juiste toepassing aan te tonen.
Daarnaast moeten de gekozen emissiereducerende maatregelen duidelijk worden opgenomen op het bedrijfsplan. Daarom moet ondubbelzinnig worden aangegeven:
- in welke stal(len) de maatregel wordt toegepast;
- welke delen van de stal onder de maatregel vallen
- het aantal dierplaatsen waarop de maatregel van toepassing is.
Een duidelijke omschrijving voorkomt interpretatieverschillen tijdens vergunningverlening en controles.
Voor pluimveebedrijven zijn er heel wat maatregelen beschikbaar om aan de PAS-referentie voor 2030 te voldoen. De maatregelen worden specifiek toegekend aan bepaalde diercategorieën. Onderstaand geven we de technische basis waarop de meeste maatregelen zijn gebaseerd mee:
Waar vind je meer info?
- Stikstofdecreet: pluimvee
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Maatregelen
Opfok Legkippen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | Kooi of batterij | 0,045 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| grondhuisvesting | 0,17 | 0,18 | 0,03 | 0,0016 | ||
| Opfokpoeljen van legkippen kooi- of batterijsystemen | ||||||
| P-1.1 | mestbandbatterij voor natte mest met afvoer naar een gesloten mestopslag of afgedekte container | 0,02 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| P-1.2 | compactbatterij met afvoer naar een gesloten mestopslag (twee maal per dag afvoer) of afgedekte container | 0,011 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| P-1.3 | mestbandbatterij voor droge mest met geforceerde mestdroging | 0,02 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| P-1.4 | mestbandbatterij met geforceerde mestdroging, belucht met 0,4 m² lucht per opfokhen per uur; mest afdraaien per 5 dagen; de mest heeft dan een droge stof gehalte van min. 55% | 0,006 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| P-1.5 | mestbandbatterij met geforceerde mestdroging in combinatie met een droogtunnel en/of droogvloer | 0,01 | 0,18 | 0,002 | 0,0001 | |
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
| Opfokpoeljen van legkippen – niet-kooisystemen | ||||||
| P-2.1 | volièreopfokhuisvesting, minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,05 | 0,18 | 0,023 | 0,0014 | |
| P-2.1 | volièreopfokhuisvesting, minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,067 | ||||
| P-2.1 | volièreopfokhuisvesting, minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,052 | ||||
| P-2.1 | volièreopfokhuisvesting, minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,065 | ||||
| P-2.2 | grondhuisvesting met mixluchtventilatie | 0,086 | 0,18 | 0,03 | 0,0016 | |
| P-2.3 | grondhuisvesting met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | 0,082 | 0,18 | 0,03 | 0,0016 | |
| PAS P-2.1 | Leegstand | – 10 tot 25% | ||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
Legkippen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | kooi-of batterij | 0,1 | 0,35 of 0,69c | 0,005 | 0,0002 | |
| grondhuisvesting | 0,315 | 0,34 | 0,084 | 0,0039 | ||
| Legkippen kooi- of batterijsystemen | ||||||
| P-3.1 | kooi (indien voor leghennen: verrijkte kooi) voor natte mest met afvoer naar een gesloten mestopslag – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,035 | 0,35 | 0,005 | 0,0002 | |
| P-3.1 | kooi (indien voor leghennen: verrijkte kooi) voor natte mest met afvoer naar een gesloten mestopslag – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,052 | ||||
| P-3.1 | kooi (indien voor leghennen: verrijkte kooi) voor natte mest met afvoer naar een gesloten mestopslag – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,037 | ||||
| P-3.1 | kooi (indien voor leghennen: verrijkte kooi) voor natte mest met afvoer naar een gesloten mestopslag – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,05 | ||||
| P-3.2 | kooi (indien voor leghennen: verrijkte kooi) waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar een gesloten mestopslag of afgedekte container | 0,02 | 0,35 | 0,005 | 0,0002 | |
| P-3.3 | kooi voor droge mest met geforceerde mestdroging | 0,035 | 0,35 | 0,005 | 0,0002 | |
| P-3.4 | kooi (indien voor leghennen: verrijkte kooi) met geforceerde mestdroging, belucht met 0,7 m³ lucht per dier per uur. Mest afdraaien per vijf dagen; de mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55% | 0,01 | 0,35 | 0,005 | 0,0002 | |
| P-3.5 | kooisysteem (indien voor leghennen: verrijkte kooi) met mestbandbeluchting en droogtunnel | 0,015 | 0,35 | 0,005 | 0,0002 | |
| P-3.6 | kooisysteem (indien voor leghennen: verrijkte kooi) voor natte mest met dagelijkse afvoer naar droogtunnel met geforceerde mestdroging | 0,037 | ||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
| Legkippen – Niet-kooisystemen | ||||||
| P-4.1 | grondhuisvesting met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer (perfosysteem) | 0,11 | 0,34 | 0,084 | 0,0039 | |
| P-4.2 | grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen onder de roosters | 0,125 | 0,34 | 0,084 | 0,0039 | |
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,09 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,107 | ||||
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,092 | ||||
| P-4.3 | volièrehuisvesting minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,105 | ||||
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,025 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,042 | ||||
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,027 | ||||
| P-4.4 | volièrehuisvesting minimaal 30-35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,04 | ||||
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,055 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,072 | ||||
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,057 | ||||
| P-4.5 | volièrehuisvesting minimaal 45-55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met minstens 0,2 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,07 | ||||
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Directe afvoer van de mest of bij opslag gedurende max 2 weken in een gesloten mestopslag of een afgedekte container | 0,037 | 0,34 | 0,065 | 0,0039 | |
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Opslag in een gesloten mestopslag of een afgedekte container gedurende meer dan 2 weken | 0,054 | ||||
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met geperforeerde banden of platen | 0,039 | ||||
| P-4.6 | volièrehuisvesting minimaal 55-60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,7 m³ per dier per uur beluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien, roosters minimaal in twee etages – Nabehandeling van de voorgedroogde mest in een droogtunnel met dichte banden | 0,052 | ||||
| P-4.7 | grondhuisvesting met dagelijkse mestverwijdering door middel van een mestschuif onder de gedeeltelijk verhoogde roosters. Gesloten mestopslag of afgedekte container | 0,106 | 0,34 | 0,084 | 0,0039 | |
| PAS P-4.1 | Leegstand | – 10% | ||||
| PAS V-4.2 | Reductie van de eiwitopname | – 7 tot 12% | ||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% | |
* Bij mestopslag onder de batterij is de geuremissiefactor 0,69 ouE/dier/s
Slachtkuikenouderdieren
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 0,58 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | ||
| P-5.1 | groepskooi voorzien van mestband en gerforceerde mestdroging | 0,08 | 0,93 | 0,008 | 0,0003 | |
| P-5.2 | volièrehuisvesting met mestbeluchting | 0,17 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | |
| P-5.3 | volièrehuisvesting met geforceerde mest- en strooiseldroging | 0,13 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | |
| P-5.4 | grondhuisvesting met mestbeluchting van bovenaf | 0,25 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | |
| P-5.5 | perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer | 0,23 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | |
| P-5.6 | grondhuisvesting met dagelijkse mestverwijdering dmv mestschuif onder de gedeeltelijk verhoogde roosters – Gesloten mestopslag of afgedekte container | 0,29 | 0,93 | 0,043 | 0,0033 | |
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Slachtkuikens
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 0,08 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | ||
| P-6.1 | grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling | 0,045 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | |
| P-6.2 | grondhuisvesting met mixluchtventilatie | 0,037 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | |
| P-6.3 | grondhuisvesting met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | 0,035 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | |
| P-6.4 | warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | 0,021 | 0,59 | 0,019 | 0,0016 | |
| P-6.5 | etagesysteem met mestband en strooiseldroging | 0,02 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.1 | 0,04 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.2 | 0,033 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.3 | 0,031 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.4 | 0,04 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.6 | uitbroeden eieren en opfokken tot 13 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.5 | 0,018 | 0,59 | 0,02 | 0,0015 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.1 | 0,038 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.2 | 0,033 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.3 | 0,03 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.4 | 0,038 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.7 | uitbroeden eieren en opfokken tot 19 dagen in etagestal en emissiearme vervolghuisvesting in P-6.5 | 0,015 | 0,59 | 0,017 | 0,0013 | |
| P-6.8 | Stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | 0,045 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | |
| P-6.9 | Warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag en een minimaal geïnstalleerd ventilatiedebiet van 0,7 m³ per dierplaats per uur | 0,021 | 0,59 | 0,019 | 0,0016 | |
| P-6.10 | Stal met warmwaterbuizenverwarming | 0,012 | 0,59 | 0,022 | 0,0016 | |
| PAS P-6.1 | Voorgedroogde ingekuilde snijmaïssilage als strooisel | – 40% | ||||
| PAS V-6.2 | Reductie van de eiwitopname | – 15 tot 25% | ||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Opfok slachtkuikenouderdieren
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 0,25 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | ||
| P-7.1 | grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling | 0,155 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | |
| P-7.2 | grondhuisvesting met mixluchtventilatie | 0,127 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | |
| P-7.3 | grondhuisvesting met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | 0,12 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | |
| P-7.4 | warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | 0,155 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | |
| P-7.5 | stal met warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | 0,155 | 0,18 | 0,023 | 0,0011 | |
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | |
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | |
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | |||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | |
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Kalkoenen
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; tot 6 weken | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,15 | 0,29 | 0,023 | 0,011 | |
| Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; van 6 tot 30 weken | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,47 | 1,55 | 0,163 | 0,0764 | |
| Ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,59 | 1,55 | 0,207 | 0,0971 | |
| Vleeskalkoenen * | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,68 | 1,55 | 0,086 | 0,0401 | |
* Het aantal dierplaatsen dient te worden vastgesteld door het aantal dieren in de 10e week na opzetten te tellen.
Struisvogels
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| struisvogelouderdieren | |||||
| overige huisvestingssystemen | 2,5 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
| opfokstruisvogels (tot 4 maanden) | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,3 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
| vleesstruisvogels (4 tot 12 maanden) | |||||
| overige huisvestingssystemen | 1,8 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
Eenden
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (OUE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| Ouderdieren van vleeseenden tot 24 maanden | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,32 | 0,49 | 0,182 | 0,0086 | |
| Vleeseenden | |||||
| overige huisvestingssystemen | 0,21 | 0,49 | 0,084 | 0,0039 | |
| buiten mesten (per afgeleverde eend) | 0,019 | 0,49 | niet vastgesteld | niet vastgesteld | |
Parelhoenders
| Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (OUE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|
| Parelhoenders voor vleesproductie * | |||||
| 0,08 | 0,33 | 0,031 | 0,0023 | ||
* Bij deze diercategorie kunnen dezelfde huisvestingssystemen en de bijbehorende ammoniakemissiefactoren worden toegepast als die welke zijn opgenomen bij de diercategorie vleeskuikens (E 5).