Stikstof
Het behalen van de emissiereductiedoelstellingen is steeds mogelijk door de veestapel te verkleinen. Indien dat niet wenselijk is of wanneer de veestapel wordt uitgebreid, zullen emissiereducerende maatregelen moeten worden genomen. In Vlaanderen maken emissiereducerende maatregelen voor ammoniak deel uit van de vergunningsvoorwaarden van een varkensbedrijf. Het volstaat daarom niet om enkel een bepaalde emissiereducerende systematiek aan te vragen. De maatregelen moeten ook technisch en praktisch correct worden uitgevoerd voor de volledige duur van de vergunning en ze dienen toegepast te worden volgens alle voorwaarden die aan de maatregel zijn gekoppeld.
Deze voorwaarden zijn essentieel omdat ze mee bepalen of de voorziene emissiereductie effectief wordt gerealiseerd. Bij controles wordt nagegaan of een aangevraagde systematiek goed wordt toegepast. Deze modaliteiten staan omschreven in de maatregelbeschrijving. Naast de uitvoering wordt ook de controle van de maatregel hierin toegelicht zoals de documenten die nodig zijn om een juiste toepassing aan te tonen.
Daarnaast moeten de gekozen emissiereducerende maatregelen duidelijk worden opgenomen op het bedrijfsplan. Daarom moet ondubbelzinnig worden aangegeven:
- in welke stal(len) de maatregel wordt toegepast;
- welke delen van de stal onder de maatregel vallen
- het aantal dierplaatsen waarop de maatregel van toepassing is.
Een duidelijke omschrijving voorkomt interpretatieverschillen tijdens vergunningverlening en controles.
Voor varkensbedrijven zijn er heel wat maatregelen beschikbaar om aan de PAS-referentie voor 2030 te voldoen. De maatregelen worden specifiek toegekend aan bepaalde diercategorieën. Onderstaand geven we de technische basis waarop de meeste maatregelen zijn gebaseerd mee:
Emissiearme putsystemen
De meeste van deze systemen beperken de emissie door het verkleinen van het emitterende oppervlak. Dat kan met behulp van schuine putwanden, een beperkter mestkanaal door de aanwezigheid van een waterkanaal, mestbakken -of pannen, … Door het mestoppervlak te verkleinen daalt de emissie. Ook de drijvende ballen behoren tot deze categorie.
De koeldeksystemen reduceren de emissie door de temperatuur van de mest te verlagen. Daarnaast is er tot slot het V-4.8-systeem dat de vaste en vloeibare mest scheidt.
Voeder
Bij de vleesvarkens kunnen twee maatregelen worden toegepast m.b.t. het voeder. Het gaat dan om het toevoegen van benzoëzuur waarmee de mest wordt aangezuurd alsook het verlagen van het eiwitgehalte waardoor er minder ammoniak kan worden gevormd.
Luchtwasssystemen
Een andere optie is het gebruik van luchtwassystemen zoals de chemische of biologische luchtwasser of het biobed. Dit zijn nageschakelde technieken die de ammoniak uit de uitgaande lucht wassen. Deze halen hoge reductiepercentages maar vragen wel enige opvolging.
Combinaties
In de varkenshouderij bestaat de mogelijkheid om systemen te combineren. Zo kunnen hogere reductiepercentages worden behaald. Dat is niet mogelijk met alle technieken. In de combinatietabellen kan worden nagegaan welke technieken erkend zijn voor combinatie.
Waar vind je meer info?
Stikstofdecreet: varkens
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Maatregelen
Biggen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | hok opp. max. 0,35 m² | 0,6 | 12,1 | 0,074 | 0,0019 | 1,5 | |
| hok opp. > 0,35 m² | 0,75 | 12,1 | 0,074 | 0,0019 | 1,5 | ||
| V-1.2 | ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal (hokopp max 0,35 m²) | 0,26 | 8,4 | 0,074 | 0,0019 | 1,5 | |
| V-1.3 | gescheiden afvoer van mest en urine door middel van hellende mestband (hokopp max 0,35 m²) | 0,2 | 8,4 | 0,074 | 0,0019 | 1,5 | |
| gescheiden afvoer van mest en urine door middel van hellende mestband (hokopp > 0,35 m²) | 0,25 | 8,4 | 0,074 | 0,0019 | 1,5 | ||
| V-1.4 | koeldeksysteem (150% koeloppervlak) (hokopp max 0,35 m²) | 0,15 | 8,4 | 0,056 | 0,0019 | 1,5 | |
| koeldeksysteem (150% koeloppervlak) (hokopp > 0,35 m²) | 0,19 | 8,4 | 0,056 | 0,0019 | 1,5 | ||
| V-1.5 | volledig rooster met water- en mestkanalen, ev. voorzien van schuine putwanden, emitterend mestopp. < 0,1 m² | 0,2 | 8,4 | 0,056 | 0,0019 | 1,5 | |
| V-1.6 | gedeeltelijk rooster vloer met een water- en mestkanaal, ev. voorzien van schuine putwanden | 0,18 | 8,4 | 0,074 | 0,0019 | 1,5 | |
| PAS V-1.1 | Drijvende ballen in het mestoppervlak | – 29% | |||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | ||
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | ||
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | ||||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | ||
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Kraamzeugen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | individuele huisvesting | 8,3 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| V-2.1 | mestkanaal met mestafvoersysteem | 3,2 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| V-2.2 | ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal | 4 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| V-2.3 | schuiven in mestgoot | 2,5 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| V-2.4 | koeldeksysteem (150% koeloppervlak) | 2,4 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| V-2.5 | mestbak onder kraamhok | 2,9 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| V-2.6 | mestpan met water- en mestkanaal onder kraamhok | 2,9 | 50,6 | 0,16 | 0,0125 | 1,5 | |
| PAS V-2.1 | Drijvende ballen in het mestoppervlak | – 29% | |||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | ||
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | ||
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | ||||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | ||
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Guste en dragende zeugen
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | groepshuisvesting | 4,2 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| individuele huisvesting | 4,2 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | ||
| V-3.1 | smalle mestkanalen met metalen driekantrooster (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting) | 2,4 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.2 | mestkanaal met combinatierooster en frequente mestafvoer (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting) | 1,8 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.3 | koeldeksysteem 115% koelopp | 2,2 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.4 | koeldeksysteem 135% koelopp | 2,2 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.5 | groepshuisvestingsysteem, zonder strobed en met schuine putwanden in het mestkanaal | 2,3 of 2,6 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.6 | rondloopstal met zeugenvoederstation en strobed | 2,6 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.7 | zeugen in voederligbox op strobed | 1 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.8 | gescheiden afvoer van mest en urine door middel van een conische mestband (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting) | 1,8 | 18,6 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.9 | Gescheiden afvoer van mest en urine door middel van een mest- en giergoot en mestschraper in de dekstal | 1,8 | 9,2 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| V-3.10 | Gescheiden afvoer van mest en urine door middel van een mest- en giergoot en een mestschraper in de drachtstal | 2 | 9,2 | 0,175 | 0,0137 | 1,5 | |
| PAS V-3.1 | Drijvende ballen in het mestoppervlak | – 29% | |||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | ||
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | ||
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | ||||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | ||
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Vleesvarkens
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | hokopp max 0,8 m² | 2,5 | 29,2 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| hokopp > 0,8 m² | 3,5 | 29,2 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | ||
| V-4.1 | mestopvang in en spoelen met beluchte mestvloeistof – hokopp 0,65-0,8 m² | 1,4 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.2 | mestopvang in beluchte mest en vervanging hiervan via een rioleringssysteem of ander van de lucht af te sluiten afvoersysteem (hokopp 0,65-0,8 m²) | 1,4 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.3 | koeldeksysteem met metalen driekantroostervloer (170% koeldekopp) (max hokopp van 0,8 m²) | 1,1 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.4 | koeldeksysteem (200% koelopp) met metalen roostervloer (max. 0,8 m² emitt. mestopp) | 1,2 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.5 | koeldeksysteem (200% koelopp) met roostervloer anders dan metalen driekantroosters (max. 0,6 m² emitt. mestopp) | 1,4 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.6 | mestkelders met water- en mestkanaal, de laatste met schuine putwanden en metalen driekantroosters | 1 of 1,4 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.7 | mestkelders met water- en mestkanaal, de laatste met schuine putwanden en met andere dan metalen driekantroosters | 1,2 | 22,7 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| V-4.8 | gescheiden afvoer van mest en urine door middel van een mest- en een giergoot met mestschraper | 1,2 | 7,4 | 0,093 | 0,0076 | 1,5 | |
| PAS V-4.1 | Drijvende ballen in het mestoppervlak | – 29% | |||||
| PAS V-4.2 | Toevoegen van benzoëzuur aan het voeder | – 16% | |||||
| PAS V-4.3 | Rooster met verhoogde mestdoorlaat | – 10% | |||||
| PAS V-4.4 | Beperken van het emitterend mestoppervlak door bv. schuine wanden in een mestkanaal of -kelder te plaatsen | – 20 tot 45% | |||||
| PAS V-4.5 | Reductie van de eiwitopname | – 5 tot 20% | |||||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | ||
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | ||
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | ||||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | ||
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |
Dekberen, 7 maanden en ouder
| Systeem | Omschrijving | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/jaar) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Overige huisvestingssystemen | 5,5 | 18,6 | 0,18 | 0,0141 | 1,5 | ||
| S-1 | Biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 60 tot 75% | – 35 tot 75% | ||
| S-2 | Chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 35% | – 30% | ||
| S-3 | Biobed | – 70% | – 70% | ||||
| – | Gecombineerd biologisch luchtwassysteem | – 70% | – 40% | – 80% | – 70% | ||
| – | Gecombineerd chemisch luchtwassysteem | – 70% | – 30% | – 80% | – 70% |