Beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen

Hoe werkt het?

Tijdens beweiding in groep zijn er geen dieren aanwezig in de stal/stalafdeling. Hierdoor is de emissie uit de stal/stalafdeling lager dan wanneer ze permanent op stal zouden blijven. Ammoniak ontstaat wanneer urine en vaste mest met elkaar in contact komen. Tijdens het beweiden is dat contact beperkter, omdat urine in de weide minder vaak in aanraking komt met de vaste fractie van de mest. Hierdoor wordt minder ammoniak gevormd dan in een stalsysteem. De stalmest mag gedurende de weidegang onaangeroerd in de stal of stalafdeling aanwezig blijven.

Verdere eisen voor de installatie en het gebruik zijn terug te vinden in de PAS-maatregelenfiche:

Uitvoering

  • Type stal: Bestaande stal/nieuwe stal/renovatie.
  • Type vloer: Dichte vloer.
  • Type mest: Stalmest

Beweiden vraagt een aangepast management met veel aandacht voor een goed graslandbeheer en voldoende weilanden.

Hoeveel werk brengt het met zich mee?

Om het systeem te installeren Minimaal

De PAS-maatregel vergt geen installatie. Er wordt uitgegaan van bestaande infrastructuur. Op de weides dienen schuilmogelijkheden en water voorzien te zijn.

Om het systeem te onderhouden Minimaal

Bij langere periodes van beweiding kan bijvoeren op de weide noodzakelijk zijn, wat extra arbeid met zich meebrengt. Ook het omweiden en de dagelijkse controle van de dieren vragen meer tijd. Daarnaast is er extra aandacht nodig voor een doordacht graslandbeheer.

Registratie

De veehouder noteert in een logboek de startdatum waarop de stal of stalafdeling volledig leeg komt en de datum van het opnieuw opstallen.

Emissiereductie

De emissiereductie wordt bepaald door het aantal dagen weidegang.

Maximaal aantal dagen per jaar in de stal* Minimaal aantal aaneengesloten dagen per jaar met onbeperkte weidegang (24u/24u) Reductie (%)
265 100 15
240 125 20
215 150 30
190 175 40
165 200 45

*Plus 1 in een schrikkeljaar

Aandachtspunten bij implementatie

  • Van toepassing op de volledige stal of per stalafdeling.
  • Gedurende de volledige periode van weidegang verblijven de dieren op de weide. Er zijn geen uitzonderingen voorzien in de PAS-fiche voor noodweer, hitte en/ of andere overmachtssituaties. De maatregel wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde in de vergunning en moet jaarlijks nageleefd worden! Voorzie daarom voldoende marge wat betreft het aantal weidedagen en het aantal dieren dat beweid wordt. Het kan bovendien aangewezen zijn om een aparte ziekenboeg of afkalfruimte te voorzien.
  • De weiden moeten geschikt zijn voor permanent beweiden: er moet minstens water en schuilmogelijkheden voorzien worden.
  • Gedurende de weidegang blijft de betrokken stal/ stalafdeling leeg. Er kunnen geen andere dieren, ook niet tijdelijk, gehuisvest worden.
  • De stalmest blijft onaangeroerd tijdens de weideperiode.

Met ‘onaangeroerd’ wordt bedoeld dat de stalmest tijdens de betreffende periode niet verplaatst of bewerkt mag worden. Het is echter wel toegestaan om de stal (afdeling) éénmalig volledig uit te mesten.

Praktijktips

Het maximum aantal dieren dat tijdens de beweidingsperiode in de stal (of stalafdeling) aanwezig mag zijn, ligt vast. Dit betekent dat een bepaald aantal dierplaatsen gedurende die periode niet ingevuld mag worden. Wanneer minder dieren aanwezig zijn dan het vergunde aantal, vermindert ook het aantal dieren dat effectief moet worden beweid, zolang het maximaal toegelaten aantal dieren in de stal niet wordt overschreden.

Praktisch voorbeeld: 

Op een vergunning met 40 dierplaatsen mogen tijdens de beweidingsperiode maximaal 10 dieren in de stal aanwezig zijn. Zijn er effectief 40 dieren aanwezig, dan worden 30 dieren beweid en blijven 10 dieren op stal. Is één dier op de weide ziek en wordt het naar de stal gebracht (niet naar de leegstaande stal/stalafdeling), dan mag een ander dier de plaats op de weide innemen. De beweidingsverplichting is dus niet gekoppeld aan het oormerknummer.

Zijn er echter slechts 35 dieren aanwezig, dan mogen nog steeds maximaal 10 dieren in de stal verblijven en worden dus 25 dieren beweid. De controle gebeurt op basis van het aantal dieren dat tijdens de beweidingsperiode in de stal aanwezig is, niet op basis van de identiteit van de individuele dieren.

Er moet steeds worden voldaan aan de geldende mestwetgeving. Dit betekent onder meer dat de maximale bemestingsnormen moeten worden gerespecteerd. Op weidepercelen mag de aanvoer van dierlijke mest namelijk niet leiden tot een belasting van meer dan 170 kg dierlijke stikstof per hectare. Hou hiermee rekening indien de weide ook bemest wordt met dierlijke mest. 

Neveneffecten

In het najaar is er een reële kans op nitraatuitspoeling. Pas daarom op met overbeweiding en overbemesting.

Begrazing kan de methaanuitstoot verminderen.

Dierenwelzijn en gezondheid

Bij een goede organisatie heeft weidegang doorgaans een positieve invloed op het welzijn van runderen. De dieren krijgen meer bewegingsvrijheid en kunnen hun natuurlijke en sociale gedrag beter tot uiting brengen. Weidegang brengt echter ook enkele aandachtspunten met zich mee. Zo worden dieren meer blootgesteld aan insecten, parasieten en uiteenlopende weersomstandigheden, zoals zon, regen en wind.

Ook op gezondheidsvlak zijn er voordelen: de infectiedruk is lager, frisse buitenlucht bevordert de luchtweggezondheid en zorgt voor een betere poot- en klauwgezondheid. Wees wel voorzichtig met weides die grenzen aan andere bedrijven of percelen van derden, in het kader van de overdracht van dierziekten (o.a. IBR).

Economische rendabiliteit/kostprijsraming

Installatie/investering

Niet van toepassing.

Levensduur/afschrijftermijn

Niet van toepassing.

Mogelijke VLIF-subsidies

Niet van toepassing.

Onderhoudskost

Niet van toepassing.

Bijkomende variabele kosten

  • Energieverbruik: Geen
  • Waterverbruik: Geen
  • Mestafzet: Verlaagde productie stalmest
  • Eventuele andere kosten: Schuilmogelijkheden en drinkwatervoorziening voorzien op de weide. Éénmalige, beperkte investering.

Administratie

  • Bijhouden van (digitaal) logboek (zie registratie).
  • Bij aanvraag milieuvergunning: aantonen dat men over voldoende mogelijkheden beschikt om de dieren te laten weiden.
  • De verzamelaanvragen van de afgelopen vijf jaar bijhouden en deze op verzoek kunnen voorleggen bij een controle.

Leveranciers

Niet van toepassing.

Combinaties met andere maatregelen

Er zijn geen combinaties met andere maatregelen mogelijk.

Scroll naar boven

Deel jouw praktijkervaring

Heb je ervaring met deze maatregel op het terrein? Deel je inzichten en help andere veehouders en adviseurs met concrete en praktijkgerichte informatie.

Aandachtspunten - feedback
Naam
Naam
Voornaam
Achternaam