Beweiden in groep

Hoe werkt het?

Tijdens beweiding in groep zijn er geen dieren aanwezig in de stal/stalafdeling. Hierdoor is de emissie uit de stal/stalafdeling lager dan wanneer ze permanent op stal zouden blijven. Ammoniak ontstaat wanneer urine en vaste mest met elkaar in contact komen. Tijdens het beweiden is dat contact beperkter, omdat urine in de weide minder vaak in aanraking komt met de vaste fractie van de mest. Hierdoor wordt minder ammoniak gevormd dan in een stalsysteem.

Verdere eisen voor deze maatregel zijn terug te vinden in de PAS-infofiche:

Uitvoering

  • Type stal: Bestaande stal/renovatie/nieuwe stal met voldoende huiskavel.
  • Type vloer: Roostervloer en dichte vloer.
  • Type mest: Stallen waarin nagenoeg geen stalmest wordt geproduceerd (niet toepasbaar bij een potstal).

Beweiden vraagt een aangepast management met veel aandacht voor een goed graslandbeheer en een goede huiskavel.

Hoeveel werk brengt het met zich mee?

Om het systeem te installeren Minimaal

Voor de beweiding wordt er uitgegaan van bestaande infrastructuur. In het geval van geautomatiseerde digitale registratie is een éénmalige beperkte investeringskost en installatie aan de orde.

Om het systeem te onderhouden Beperkt

Het ophalen van de dieren voor de melkbeurt vergt meer tijd. Daarnaast is er extra aandacht nodig voor een doordacht graslandbeheer.

Registratie

De registratie van de beweidingsduur kan manueel of digitaal gebeuren, afhankelijk van de categorie dieren en het aantal beweidingsuren.

Melkvee en jongvee met minder dan 1.400 uren beweiding per kalenderjaar

  • De beweidingsduur wordt geregistreerd aan de hand van een logboek. Hierbij worden de tijdstippen genoteerd waarop de dieren de stal verlaten en opnieuw binnenkomen.
  • De registratie start wanneer de laatste koe de stal heeft verlaten.
  • De registratie eindigt wanneer de eerste koe opnieuw de stal binnenkomt.
  • Het totaal aantal uren dat de dieren buiten hebben verbleven, wordt gecumuleerd per kalenderjaar.

Jongvee vanaf 1.400 uren beweiding per kalenderjaar

Voor jongvee met minstens 1.400 uren beweiding is een geautomatiseerde digitale registratie vereist.

Dit kan onder andere gebeuren via:

  • Een drukknop ter hoogte van de toegangspoort, eventueel gecombineerd met camerabeelden;
  • Een inductieve sensor ter hoogte van de toegangspoort, eventueel gecombineerd met camerabeelden;
  • Camera’s die het staloppervlak en/of de toegang tot de weide registreren;
  • Zenders met positiebepaling;
  • Zenders in combinatie met ontvangers ter hoogte van de toegangspoort.

De geregistreerde gegevens moeten worden opgeslagen (gelogd) en gedurende minimaal vijf kalenderjaren beschikbaar blijven.

Emissiereductie

De emissiereductie wordt bepaald door het aantal weide-uren, het aantal weidedagen en het type vloer dat in de stal aanwezig is.

Voor Melkvee:

Maximaal aantal uren stal per jaar Minimaal aantal weide-uren per jaar Reductie indien roostervloer (%) Reductie indien dichte vloer (%)
8060 700 5,0 6,5
7910 850 6,1 7,9
7760 1000 7,2 9,3
7610 1150 8,2 10,7
7460 1300 9,3 12,1
7310 1450 10,4 13,5
7160 1600 11,4 14,9
7010 1750 12,5 16,3
6860 1900 13,6 17,7
6710 2050 14,7 19,1
6560 2200 15,7 20,5
6410 2350 16,8 21,9
6260 2500 17,9 23,3
6110 2650 18,9 24,7
5960 2800 20,0 26,1

Voor Jongvee:

Maximaal aantal staluren per jaar Minimumaantal weide-uren per jaar Reductie indien roostervloer (%) Reductie indien dichte vloer (%)
8060 700 5 7
7360 1400 10 13
6660 2100 15 20
5960 2800 20 26

Aandachtspunten bij implementatie

  • Het aantal beweidingsuren wordt opgenomen in de vergunning en moet ten allen tijden gerespecteerd worden.
  • De dieren moeten als groep geweid worden: zodra één dier binnenblijft, telt de beweiding van de hele groep niet meer mee. Voorzie daarom een separatieruimte voor zieke dieren en separatierunderen.
  • De stal/stalafdeling is gedurende de weideperiode volledig leeg, de dieren hebben geen mogelijkheid de stal te betreden, ook niet uitsluitend het voerhek.
  • Niet ideaal in combinatie met melkrobot: koeien mogen de stal niet betreden om zich aan te dienen aan de melkrobot. De wachtruimte en de robot moeten rechtstreeks toegang geven tot de weide.
  • Er moet steeds voldaan worden aan de wetgeving voor dierenwelzijn. Vanaf 1 januari 2029 moeten alle dieren die buiten worden gehouden permanent toegang hebben tot beschutting. Deze beschutting kan zowel natuurlijk zijn, bijvoorbeeld in de vorm van bomen of hagen, als kunstmatig worden voorzien.
  • Bij toepassen van beweiden is het belangrijk om rekening te houden met mogelijke effecten op melkproductie, gehaltes en het rantsoen.

Praktijktips

  • Indien al een logboek voor weidemelk wordt bijgehouden, is het belangrijk om de registratievereisten voor beweiding goed te vergelijken.
  • Bij een dichte vloer moet bij het buitengaan van de dieren de vloer onmiddellijk vrijgemaakt worden van mest.

Praktisch voorbeeld: 

30 runderen worden beweid, 10 runderen blijven op stal. Wordt één rund op de weide ziek en naar de stal gebracht (opgelet: niet in de leegstaande stal/stalafdeling!), dan kan een ander rund de plaats op de weide innemen. De beweiding is dus niet gekoppeld aan het oormerknummer.

Zijn er echter slechts 35 dieren aanwezig, dan mogen nog steeds maximaal 10 dieren in de stal verblijven en worden dus 25 dieren beweid. De controle gebeurt op basis van het aantal dieren dat tijdens de beweidingsperiode in de stal aanwezig is, niet op basis van de identiteit van de individuele dieren.

Wat is voldoende huiskavel? 

Er moet steeds worden voldaan aan de geldende mestwetgeving. Dit betekent onder meer dat de maximale bemestingsnormen moeten worden gerespecteerd. Op weidepercelen mag de aanvoer van dierlijke mest namelijk niet leiden tot een belasting van meer dan 170 kg dierlijke stikstof per hectare. Hou hiermee rekening indien de weide ook bemest wordt met dierlijke mest.

Neveneffecten

In het najaar is er een reële kans op nitraatuitspoeling. Pas daarom op met overbeweiding en overbemesting van de huiskavel.

Begrazing kan de methaanuitstoot verminderen.

Dierenwelzijn en gezondheid

Bij een goede organisatie heeft weidegang doorgaans een positieve invloed op het welzijn van runderen. De dieren krijgen meer bewegingsvrijheid en kunnen hun natuurlijke en sociale gedrag beter tot uiting brengen. Weidegang brengt echter ook enkele aandachtspunten met zich mee. Zo worden dieren meer blootgesteld aan insecten, parasieten en uiteenlopende weersomstandigheden, zoals zon, regen en wind.

Ook op gezondheidsvlak zijn er voordelen: de infectiedruk is lager, frisse buitenlucht bevordert de luchtweggezondheid en zorgt voor een betere poot- en klauwgezondheid. Wees wel voorzichtig met weides die grenzen aan andere bedrijven of percelen van derden, in het kader van de overdracht van dierziekten (o.a. IBR).

Economische rendabiliteit/kostprijsraming

Installatie/investering

Extra kost voor de aankoop van een digitaal registratiesysteem.

Levensduur/afschrijftermijn

Niet van toepassing.

Mogelijke VLIF-subsidies

Niet van toepassing.

Onderhoudskost

Niet van toepassing.

Bijkomende variabele kosten

  • Energieverbruik: Geen
  • Waterverbruik: Geen
  • Mestafzet: Verlaagde productie drijfmest.
  • Eventuele andere kosten: Drinkwatervoorziening voorzien op de weide. Éénmalige, beperkte investering.

Administratie

  • Bijhouden logboek (zie registratie).
  • Bij aanvraag milieuvergunning: via de verzamelaanvraag aantonen dat men over voldoende huiskavel beschikt.
  • De verzamelaanvragen van de afgelopen vijf jaar bijhouden en deze op verzoek kunnen voorleggen bij een controle.

Leveranciers

Niet van toepassing.

Combinaties met andere maatregelen

Voor jongvee jonger dan 2 jaar zijn er geen combinaties mogelijk.

Voor melkkoeien is er een veelvoud aan combinaties met andere maatregelen beschikbaar ().

De enige PAS-maatregelen waarmee GEEN combinatie mogelijk is:

  • Lely Sphere (AEA R-1.1)
  • CowToilet (R-1.29)
  • Beweiden in groep in gedeeltelijk ingestrooide stallen (R-1.28).
Scroll naar boven

Deel jouw praktijkervaring

Heb je ervaring met deze maatregel op het terrein? Deel je inzichten en help andere veehouders en adviseurs met concrete en praktijkgerichte informatie.

Aandachtspunten - feedback
Naam
Naam
Voornaam
Achternaam