Stikstof
Het behalen van de emissiereductiedoelstellingen is steeds mogelijk door de veestapel te verkleinen. Indien dat niet wenselijk is of wanneer de veestapel wordt uitgebreid, zullen emissiereducerende maatregelen moeten worden genomen. In Vlaanderen maken emissiereducerende maatregelen voor ammoniak deel uit van de vergunningsvoorwaarden van een vleesveebedrijf. Het volstaat daarom niet om enkel een bepaalde emissiereducerende systematiek aan te vragen. De maatregelen moeten ook technisch en praktisch correct worden uitgevoerd voor de volledige duur van de vergunning en ze dienen toegepast te worden volgens alle voorwaarden die aan de maatregel zijn gekoppeld.
Deze voorwaarden zijn essentieel omdat ze mee bepalen of de voorziene emissiereductie effectief wordt gerealiseerd. Bij controles wordt nagegaan of een aangevraagde systematiek goed wordt toegepast. Deze modaliteiten staan omschreven in de maatregelbeschrijving. Naast de uitvoering wordt ook de controle van de maatregel hierin toegelicht zoals de documenten die nodig zijn om een juiste toepassing aan te tonen.
Daarnaast moeten de gekozen emissiereducerende maatregelen duidelijk worden opgenomen op het bedrijfsplan. Daarom moet ondubbelzinnig worden aangegeven:
- in welke stal(len) de maatregel wordt toegepast;
- welke delen van de stal onder de maatregel vallen
- het aantal dierplaatsen waarop de maatregel van toepassing is.
Een duidelijke omschrijving voorkomt interpretatieverschillen tijdens vergunningverlening en controles.
De beschikbare emissiereducerende maatregelen voor vleesveebedrijven zijn beperkt tot verschillende varianten van beweiden. Beweiden is een erkende emissiereducerende maatregel omdat mest en urine over een groter oppervlak worden verspreid en minder lang in de stal aanwezig zijn. Hierdoor vermindert de ammoniakvorming in de stal.
De eerste potentiële maatregel is beweiden in combinatie met volledige leegstand bij rundveestallen met een roostervloer. Het belangrijkste aandachtspunt bij de toepassing van deze maatregel is dat de stal minimaal gedurende een periode van 100 dagen vrij is van dieren en dat de mestkelder leeg is tijdens de beweidingsperiode.
De tweede potentiële maatregel is beweiden in combinatie met volledige leegstand bij ingestrooide stallen. Tijdens de beweidingsperiode mag de stalmest onaangeroerd in de stal of stalafdeling blijven. Ook bij deze maatregel moet minimaal 100 aaneengesloten dagen beweid worden.
Bij runderen jonger dan 1 jaar
die ingedeeld worden bij vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar is er een extra
maatregel ‘beweiden in groep’ mogelijk. Hierbij is de stal of het staldeel
minimaal 700 uren op jaarbasis vrij van dieren.
Waar vind je meer info?
- Stikstofdecreet: rundvee
(Agentschap Landbouw en Zeevisserij)
Maatregelen
Zoogkoeien ouder dan 2 jaar
| Systeem | Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/dag) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| overige huisvestingssystemen | 4,1 | niet vastgesteld | 0,086 | 0,0237 | 54,61 | ||
| PAS R-2.1a | Beweiden in combinatie met leegstand in rundveestallen met roostervloer | – 15 tot 45% | 54,61 | Meer info | |||
| PAS R-2.1b | Beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen | – 15 tot 45% | 54,61 | Meer info |
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
| Systeem | Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/dag) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| overige huisvestingssystemen | 4,4 | niet vastgesteld | 0,038 | 0,0104 | 32,59-49,59 | ||
| PAS R-3.1a | Beweiden in groep | – 5 tot 26% | 32,59-49,59 | Meer info | |||
| PAS R-3.1c | Beweiden in combinatie met leegstand in rundveestallen met roostervloer | – 15 tot 45% | 32,59-49,59 | Meer info | |||
| PAS R-3.1d | Beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen | – 15 tot 45% | 32,59-49,59 | Meer info |
Vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden (roodvleesproductie)
| Systeem | Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/dag) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| overige huisvestingssystemen | 5,3 | 35,6 | 0,17 | 0,0467 | 32,59-49,59 | ||
| PAS R-6.1a | Beweiden in combinatie met leegstand in rundveestallen met roostervloer | – 15 tot 45% | 32,59-49,59 | ||||
| PAS R-6.1b | Beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen | – 15 tot 45% | 32,59-49,59 |
Fokstieren en overig rundvee (bv. reforme zoogkoe) ouder dan 2 jaar
| Systeem | Omschrijving stalsysteem | NH3 (kg/dp/jaar) | Geur (ouE/dier/s) | PM10 (kg/dier/jaar) | PM2,5 (kg/dier/jaar) | CH4 (kg/dier/dag) | Fiche |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| overige huisvestingssystemen | 6,2 | niet vastgesteld | 0,17 | 0,0467 | 46,93 | ||
| PAS R-7.1a | Beweiden in combinatie met leegstand in rundveestallen met roostervloer | – 15 tot 45% | 46,93 | Meer info | |||
| PAS R-7.1b | Beweiden in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen | – 15 tot 45% | 46,93 | Meer info |